Hazeldonkse Zandweg 97a
4762 PA Zevenbergen
Tel: +31 (0) 168-370270
Fax: +31 (0) 168-370272
| Aubergine-reus stelt personeel centraal |
| woensdag 05 oktober 2005 11:00 |
|
door Kees den Exter The Greenbrothers. Klinkt als een countryband. Maar het is een aubergine-gigant. Vanuit het Westland neergestreken in Zevenbergen. Met de teelt van aubergines als eerste doel. Maar met de wetenschap dat personeelsbeleid een cruciale factor is in de groeiplannen. Ze leveren nu acht procent van de Nederlandse aubergineproductie. Maar dat moet meer worden. En ze hebben al heel goed nagedacht over de vraag hoeveel handjes daarvoor nodig zijn. Nadat hij al meerdere teelten onderhanden had gehad stak vader Bert in 1984 in op aubergines. Een op dat moment betrekkelijk onbekend product. Zoon Ben: „Hij beschouwde het als een uitdaging. Een nieuw product in de vingers krijgen. Het was bovendien een schoon product. Na een dag in de tomaten moet je je handen schrobben om ze weer schoon te krijgen. Bij aubergines niet." De keuze van vader Groenewegen bepaalde de toekomst van zijn drie zoons Ben (32), Frank (34) en Johan (36). Frank trok veertien jaar geleden naar Zevenbergen en nam daar een bestaand glastuinbouwbedrijf van 1,5 hectare over. Toen broer Ben drie jaar later ook naar Brabant trok werd het Zevenbergse bedrijf in oppervlakte verdubbeld. Vier jaar geleden werd er aan de Hazeldonkse Zandweg andermaal uitgebreid, nu van drie naar zes hectare. Voor volgend jaar staat er voor de drie broers een majeur uitbreidingsplan op stapel. Het is de bedoeling dat dan het complex wordt uitgebreid van zes naar 11,5 hectare. Op de huidige zes hectare hebben The Greenbrothers een vaste personeelsbezetting van twintig man. In de drukste oogstperiode in de zomermaanden loopt dat aantal op tot 45. Bij de opschaling van het bedrijf hebben de broers goed ingezien dat gedegen personeelsbeleid een belangrijke sleutel naar succes is. Daarom ook hebben ze deelgenomen aan het project 'Investors in People'. Ben Groenewegen: „IiP brengt structuur in je personeelsbeleid. Mensen zullen niet voor de volle honderd procent voor je gaan als ze niet weten wat de toekomst brengt. Daarom zitten we sinds kort elk kwartaal met al het personeel bij elkaar om te praten over de doelstellingen en de toekomstplannen. Medewerkers moeten weten wat de doelen en perspectieven zijn. Die leggen we elk kwartaal op tafel.“ Gaandeweg heeft het bedrijf een schaal ontwikkeld die het mogelijk maakt een structuur te hanteren. De drie broers hebben onderling taken verdeeld. Ben doet de handel en de afzet, Frank de teelt en het energiebeheer en Johan personeel, organisatie en teelt. Over de voor- en nadelen van bloedverwantschap binnen de leiding van het bedrijf zegt Ben: „In je eentje kun je je eigen strategie bepalen, maar met zijn drietjes vermijd je het risico van impulsief handelen. Als broers kunnen we heel goed met elkaar opschieten. Overleg voeren we op vastgesteld momenten en met een agenda erbij.“ Een tweede overlegstructuur binnen Greenbrothers is het tweewekelijks overleg met de vier leidinggevenden. Ben Groenewegen: „Daar zit een oud-ondernemer bij die eerst zelf een tuinbouwbedrijf had. Maar ook twee ‘gewone’ werknemers die net een stapje harder liepen dan de rest en ook ongevraagd meedachten over de bedrijfsvoering. Voordeel van het middenkader is dat er een buffer is die de eerste problemen op de werkvloer afvangt. Al zeg ik daarbij dat mijn deur altijd openstaat voor elk personeelslid." Voor elk personeelslid en dus ook voor de scholier die regelmatig komt werken aan de Hazeldonkse Zandweg, hebben de Greenbrothers een Persoonlijk Ontwikkeling Plan, een POP. Ben Groenwegen: „Periodiek praten we met iedereen afzonderlijk. Zo krijg je een beeld van onvermoede talenten. Als we volgend jaar gaan uitbreiden, dan hebben we specialisten biologische bestrijding nodig voor nieuwe afdelingen. We kijken of we daarvoor mensen kunnen vinden binnen ons huidige personeelsbestand, die we vervolgens op cursus kunnen sturen. Of we ontdekken een productiemedewerkster die ook administratief onderlegd is. Die kan dus mooi ook parttime op de administratie gaan werken. Die gesprekken bieden ook zicht op de behoefte aan scholing als heftruckchauffeur of als bedrijfshulpverlener. " Een voordeel aan de gestructureerde personeelsaanpak heeft Ben Groenewegen in elk geval al ontdekt: „Als ik vroeger zelf eens een cursus volgde, dan was dat in de slappe tijd, zo rond de jaarwisseling. Daar kijk ik nu niet meer naar. Nu we middenkader hebben kan ik ook gewoon in de drukke tijd weg. Ik heb onlangs een cursus afgerond voor tuinbouwondernemers. Daarin hebben we bijvoorbeeld gesproken met directeuren van Stena Line en McDonald’s. Van oudsher zijn wij als tuinders gewend om bij elkaar in de keuken te kijken. Nu merk ik dat het minstens zo interessant is om een andere sector onder de loep te nemen. McDonald’s heeft de negatieve publiciteit over het aanwakkeren van vetzucht weten om te zetten in een campagne voor gezonde salades. Kassa!" Maar elk voordeel heeft ook weer zijn nadeel: „Ik ben wel eens bang het contact te verliezen met de werkvloer. Dan wil je de kas in, maar je ziet de stapel werk op je bureau.“ Het probleem van de personeelsvoorziening, waarover de land- en tuinbouwsector vaak en hard klaagt, speelt bij Greenbrothers in elk geval niet: „Laatst hadden we twee vacatures voor productiepersoneel. Op een kleine advertentie kwamen negentig sollicitanten af." |
